• 06-10678192

meisjes kleiner formaat

HANDELINGSGERICHT EN OP MAAT

Dyslexit werkt volgens het model van Handelingsgerichte Diagnostiek (HGD) zoals ook is beschreven in het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs en hanteert de daarbij horende procedure voor signalering en diagnose.
Dit betekent dat:

  • bij de diagnose niet alleen leerlingenfactoren beschreven worden, maar ook kenmerken van de onderwijsleersituatie en de gezinssituatie betrokken worden;
  • de diagnose behalve inzicht in de problemen, vooral bruikbare én uitvoerbare adviezen voor begeleiding en behandeling moet bieden;
  • het onderzoek volgens systematische procedures dient te verlopen;
  • leerling, ouders én school actief betrokken worden bij het onderzoek,

ervan uitgaand dat zij allen hun eigen specifieke deskundigheid hebben en zodoende een belangrijke rol als medeonderzoekers vervullen.

De handelingsgerichte diagnostiek onderscheidt vijf fasen.

Omdat vaak onvoldoende duidelijk is of en in welke mate een leerling problemen ondervindt met lezen, schrijven, spellen en/of leren, voegen wij de fase van signalering er aan toe.

Signaleringsfase

In de signaleringsfase gaan we na of de leerling het risico loopt problemen te krijgen met (onderdelen van) de leerstof omdat zij/hij moeite heeft met lezen en/of spellen.
Na deze fase volgt een beslismoment: kunnen we ouders, kind én school adviezen geven hoe ze verder kunnen óf levert de verkregen informatie een hulpvraag op die nader onderzocht moet worden?
Wanneer het vermoeden van dyslexie bestaat gaat de volgende fase in én zullen we ook preventieve maatregelen adviseren. Bijvoorbeeld rond de instructie en het aanbieden van leerstrategieën voor de moderne vreemde talen.

Intakefase

Op grond van de geformuleerde hulpvraag van de leerling, de ouders en/of de school verzamelen we in deze fase alle informatie die nodig is om een plan van aanpak op te stellen dat beantwoordt aan de hulpvraag.
Er moet allereerst helderheid gekregen worden over de hulpvraag, wensen en verwachtingen van de leerling, de ouders en de school maar ook over de sterke kanten van de leerling. Daarnaast moet duidelijk worden wat zijn beleving is van de problemen, welke hulp al eerder geboden is en welke beschermende factoren er zijn in de gezins- en schoolsituatie.

Strategiefase

Vervolgens vragen we ons af of we nu voldoende weten om de hulpvraag te beantwoorden en een begeleidingsplan op te stellen (strategiefase). Afhankelijk van het antwoord op deze vraag start fase vier (de onderzoeksfase), of fase vijf (de integratie- en indiceringfase).

Onderzoeksfase

In deze fase kiezen we de passende onderzoeksmiddelen, voeren een onderzoek uit en beantwoorden de vraag of er nu voldoende bekend is om tot integratie en indicering over te gaan. Als dit niet of slechts gedeeltelijk het geval is dan gaan we terug naar een eerdere fase. Soms is uitgebreider onderzoek nodig om ontbrekende informatie aan te vullen.

Integratie- en indiceringsfase

In de integratie en indiceringfase vatten we alle onderzoeksresultaten samen en geven we een totaalbeeld: Wat is er met deze leerling in deze klas, in deze school, uit dit gezin, aan de hand?
Het geschetste beeld moet niet alleen de problemen verklaren, maar ook aangeven wat er moet veranderen om de problemen op te lossen of te verminderen.
Indicering is vervolgens vereist om aan te geven hoe de problemen kunnen worden opgelost. Van alle betrokkenen (leerling, school én ouders) zal daarbij het een en ander worden geëist, waarbij de haalbaarheid van de adviezen een belangrijke plaats inneemt.