• 06-10678192

foto voor scholen basisonderwijs
Dyslexie in de onderbouw (groep 1-4)
‘In de onderbouw leert een kind de eerste beginselen van het lezen. Bij kinderen die een groter risico lopen op dyslexie is het in deze periode heel belangrijk goed te letten op de signalen van leesproblemen.
Het begint al bij de fase van het voorbereidend lezen waarin kinderen taalbewustzijn ontwikkelen en eerste pogingen doen om letters te lezen en te schrijven. 
Ouders kunnen in deze periode een heel belangrijke rol spelen door aan de ene kant veel met taal bezig te zijn, veel voor te lezen en daar samen over te praten, veel rijmspelletjes en dergelijke te doen. Aan de andere kant kunnen ouders letten op signalen die wijzen op problemen. 
Bij de herfstsignalering van groep drie is het moment aangebroken om te beoordelen of het leesonderwijs aanslaat. Als de leesontwikkeling dan achterblijft, moet op dat moment extra hulp worden ingezet. 
Eind groep 3 of begin groep 4 is het volgens het Protocol Leesproblemen & Dyslexie tijd om te beoordelen of het technisch lezen naar wens verloopt. Als dat niet het geval is en extra hulp ook geen resultaat oplevert, is het moment aangebroken om een deskundige in te schakelen die kan beoordelen of er sprake is van een diagnose dyslexie.’ 
Bron: Steunpunt Dyslexie 

 

Dyslexie in de bovenbouw (groep 5-8)
‘Niet alle kinderen met dyslexie worden in de onderbouw al opgespoord. Kinderen kunnen hun leesproblemen jarenlang verbergen. Het komt ook voor dat een leerkracht de problemen niet onderkent. 
Opsporing en behandeling van ernstige leesproblemen en dyslexie blijft dus ook in de bovenbouw hard nodig. Om deze reden is ook voor de bovenbouw een protocol leesproblemen en dyslexie opgesteld. 
Leerlingen met dyslexie dreigen in de bovenbouw steeds verder achter te lopen, omdat het lezen bij hen traag verloopt en relatief veel energie vraagt. Hierdoor ze zijn steeds minder gemotiveerd om zelfstandig te lezen en oefenen ze steeds minder om een vlotte lezer te worden.   
Dyslexie is daarmee niet alleen een belemmering om te leren lezen, maar ook om een vlotte lezer te worden. Om toch ook zoveel mogelijk zelfstandig met leesmateriaal te kunnen omgaan, hebben deze leerlingen veel hulp nodig. 
Dyslexie maakt een kind onzeker. Leerlingen die voldoende intelligent zijn en het technisch lezen maar niet onder de knie kunnen krijgen, terwijl het bij de klasgenootjes probleemloos lijkt te verlopen, gaan twijfelen aan hun gevoel van eigenwaarde. Naarmate een kind ouder wordt en meer stress heeft ervaren bij het lezen, wordt de frustratie alleen maar groter.
Faalangst is bij kinderen met dyslexie een regelmatig voorkomend verschijnsel. Wanneer dyslexie eenmaal is vastgesteld, is het vaak een grote opluchting voor een kind. Het weet dan wat er aan de hand is. Het kind krijgt meestal gerichte hulp en heeft dan niet meer het gevoel alleen met iets te tobben, iets waar hij zich voor moet schamen: het kind weet dat hij niet dom is.   
Bekend is dat de decodeervaardigheden bij kinderen met dyslexie zich alleen verder ontwikkelen als ze directe en planmatige instructie krijgen.’ 

Bron: Steunpunt Dyslexie